maandag 13 mei 2013

Een geheim dat de voetballerij zal doen sidderen



Het leven van een columnist gaat niet over versgeplukte rozenblaadjes. Allereerst dient men zich dagelijks door een stapel vakliteratuur te wroeten. Ook het bijhouden van wat websites en het bekijken van enkele “opiniërende” programma’s hoor erbij.

Tussen aanhalingstekens inderdaad, want in Studio Voetbal zegt niemand wat hij er echt van vindt, en in Voetbal International staan de analisten zelf steeds vaker centraal, om over de presentator maar te zwijgen. Ik weet meer over de kwalitatieve invulling van de lokale sophuizen, dan van de terugval van van Derk Boerrigter.

Met de Champions League finale in zicht komt ook Arjen Robben vaak ter sprake. Steevast concludeert de crème de la crème van het voetbaljournaille dat een fitte Robben goud waard is.
Dit impliceert dus dat vakbroeders als mijn vriend Cristiano, of Zlatan moeiteloos hun eigen niveau halen als ze met hun darmen in de hand spelen nadat hun buikwand is opengereten als gevolg van kampioensdruk en premiestress.

Het lijkt mij werkelijk heerlijk om eens aan te schuiven aan zo een opinietafel. Wat moet het een feest zijn om met een stalen gezicht open deuren in te trappen. Handgebaartjes erbij, “Inderdaad, als Robben niet fit is, heb je niks aan hem. Klaar.

Het zal u niet zijn ontgaan dat niet alleen Robben last heeft van dit syndroom. Recent nog was ene Messi (wie zijn moeder?) van, ik meen Barcelona, geblesseerd. Wat volgde was een dubbele afstraffing door Bayern München. Toegegeven, de mannen uit Catalonië prediken sinds de arrestatie van Popie Dopie Fuentes De Leer van Romario: en toen was u een beetje moe. Maar toch, kennelijk zijn er meer spelers die niet optimaal functioneren als er wat stuk is.

Om tussen zulk inspirerend genootschap aan te mogen schuiven moet je aan keiharde criteria voldoen: je moet uit de voetballerij komen, een reuze ego hebben en platvloers zijn, omdat het volk anders niet te lachen heeft. Minachting van de kijker, heet dat. Het is eigenlijk een eer dat wij naar deze heren mogen kijken, potjandosie. Mensen zoals u en ik mogen namelijk niets zeggen, want wij hebben niet gevoetbald. Van Gaal en Mourinho ook niet, maar voor hen wordt om de een of andere reden een uitzondering gemaakt.

Dit vraagt om een gedegen stukje onderzoeksjournalistiek. Met veel enthousiasme ben ik dan ook in wat competities gedoken en heb spelers en ploegen grondig geanalyseerd. Vervolgens heb ik een matrixmodel ontworpen dat mij hielp bij het maken van de benodigde actuarisberekeningen. De resultaten waren ronduit schokkend. Ergo, ik weet niet of het zo verstandig is om mijn nieuwe kennis met de buitenwereld te delen.

In deze tijden van financiële rampspoed en matchfixing is de informatie waarover ik nu beschik goud waard. Ik heb dan ook lang geaarzeld en pas na diepe discussies met mijzelf, ik ben mijn eigen debiele broertje, besloten om het geheim openbaar te maken. Zit u goed? Hier komt de schokkende conclusie:

Elke niet-fitte atleet voegt evenveel toe als de praatprogramma’s op TV.

Maar dit houden wij onder ons.

woensdag 8 mei 2013

Humanitair werk





Voor het beoefenen van het edele voetbalspel dient men over de volgende zaken te beschikken: twee ploegen met bij voorkeur elf spelers van hetzelfde geslacht. Een stuk terrein, zo egaal mogelijk en het liefst voorzien van wat verse groene sprieten zodat de bal enigszins kan rollen. Twee doelen, een handig middel om de stand te bepalen, enkele lieden die proberen de boel in goede banen te leiden. Een overdosis opportunisme, en tot slot een ego ter grootte van een Melkweg.

Nog niet zo lang geleden nam je bij een sollicitatiegesprek je cv mee, en kwebbelde je met de wederpartij over de inhoud daarvan. Slechts een enkeling kan die procedure overslaan omdat men hem al binnenboord had en diens potentieel al eerder had onderkend. Louis van Gaal in 1991 was zo een voorbeeld. Hij werd benoemd als opvolger van de naar Real Madrid vertrokken Leo Beenhakker zonder iets noemenswaardigs te hebben laten zien om die promotie te rechtvaardigen. Wat volgde waren enkele jaren van sportieve terreur in een verkeerd rood / wit shirt.

Sindsdien is Louis de weg een beetje kwijt. Afgelopen januari meldde hij dat de aanstelling van Guardiola bij Bayern logisch was, omdat Pep een Van Gaal adept is en Bayern nog steeds de Van Gaal Doctrine aanhangt. Inderdaad, Van Gaal spreekt altijd over zichzelf in de derde persoon, iets dat zelfs Beatrix wijselijk naliet.

Tegenwoordig is een cv niet meer voldoende. Dat heeft iedereen. Je moet aantoonbaar een club hebben beter gemaakt, in plaats van alleen spelers. Het voordeel van deze denkwijze is dat prijzen bijzaak zijn geworden. Uitstraling laat zich tegenwoordig kennelijk ook meten in ereplekken, en vooral het voor de club verdiende geld.

Journalisten hier in Spanje zijn niet overdreven kritisch, deels vanwege gebrek aan persoonlijkheid, deels uit angst geen medewerking te krijgen van de voetballerij. Een beetje overdreven natuurlijk, het werkloosheidspercentage is slechts 27%, dus waar hebben we het over.
Toch waagde een van hen het om een kritische vraag te stellen aan Mourinho: Had The special One gefaald?

José zette zijn psychopatenblik nog drie tandjes strakker en haalde een lijstje tevoorschijn. Op een toon die suggereerde dat hij belangrijk humanitair werk had verricht, noemde hij de waslijst aan gewonnen prijzen op: “de beker, voor het eerst in decennia, vorig jaar de landstitel, en dit jaar weer een bekerfinale. Wij stonden drie keer op rij in de halve finale van de Champions League en hebben de hegemonie van Barça doorbroken.”

Kortom, dankzij zijn aanwezigheid bij Real Madrid konden de socio’s weer met opgeheven hoofd over straat. Zijn aanwezigheid had hun leven van een enorme kwaliteitsimpuls voorzien.

Starend naar de TV voelde ik hoe mijn tenen spontaan van mijn voeten vielen en hoorde ik ze in mijn schoenen rammelen. Hij kwam naar Real Madrid om de Champions League te winnen, en wil niet eerder weg dan dat het hem is gelukt. Inmiddels is duidelijk dat men zijn regime niet meer accepteert.

De prestaties van Mourinho zouden bij een club als, noem een dwarsstraat, Ajax, een standbeeld opleveren. Bij Real Madrid kijkt men vreemd genoeg alleen maar naar concrete prijzen; de schuld is dermate hoog dat een dozijn gewonnen Champions Leagues die nog niet kan wegpoetsen. Ereplaatsen en nationale bekers zijn dus alleen voor sukkels interessant. 

En die willen ze niet bij de Koninklijke.


donderdag 2 mei 2013

Een principieel, maar 21e eeuws bolwerk






Baskenland. Het door de Pyreneeën verdeelde gebied ligt in het westen van zuid-Frankrijk en noord-Spanje, is door zijn geïsoleerde ligging in een ruig landschap duizenden jaren lang moeilijk toegankelijk geweest voor buitenstaanders. Niet zonder reden is het Baskisch de enige Europese taal die geen enkele overeenkomst heeft met bestaande idiomen. De traditioneel sterke economie is de laatste bouwsteen voor het robuuste karakter dat de Bask kenmerkt. Zij zijn afstandelijker dan de doorsnee Spanjaard maar de meest loyale vrienden als ze je eenmaal in de armen hebben gesloten.

Een bijzondere voetbalvereniging onderstreept het Baskische karakter; Athletic Club de Bilbao heeft acht landstitels, 23 nationale bekers en één UEFA Cup-finale (1977 tegen Juventus) en één Europa League finale (2012) op de palmares. Samen met Barça en Real Madrid degradeerde zij nog nooit uit de Primera Division (opgericht in 1929). Op zich is dit alles niet zo heel bijzonder, maar Leo Messi, Cristiano Ronaldo, Juan Mata of Andres Iniesta zullen nooit het rood/witte shirt mogen dragen. Zij zijn namelijk geen Bask.

Engelsen havenarbeiders en Basken die in Engeland hadden gestudeerd begonnen de club rond 1890, al is 1898 het officiële oprichtingsjaar. Over de afkomst van het rood witte shirt bestaat, conform de lokale tradities, evenmin duidelijkheid (de oorspronkelijk kleuren waren blauw en wit). Atlético Madrid werd door Baskische studenten in 1903 opgericht als officiële dependance van Athletic. Vandaar dat beide clubs in dezelfde tenues spelen en de logo’s op elkaar lijken.

In 1913 werd Estadio San Mamés geopend. Rafael Moreno Aranzadi maakte daar het inaugurale doelpunt. Bijgenaamd Pichichi was hij de eerste grote vedette van de club en medeverantwoordelijk voor het winnen van de eerste prijzen. Hij stierf op 29-jarige leeftijd (aan tyfus in 1922) en is nog steeds legendarisch. Zijn buste in het stadion geeft een extra dimensie aan Athletic: elke club die voor het eerst in San Mamés speelt legt er als eerbetoon een bos bloemen neer. De Trofeo Pichichi voor de topscorer van La Liga is naar hem vernoemd.

Tijdens de Franco dictatuur (1936-1975) werd elke niet-Spaanse uiting hardhandig bestraft. Athletic moest zijn naam wijzigen in Atlético en het Baskisch werd verboden. Wie het op straat sprak liep het risico van een gevangenisstraf of erger. Ook mocht de club het officiële ‘alleen Basken’ beleid niet meer voortzetten; iets wat overigens werd genegeerd, uiteindelijk waren Basken ook destijds Spanjaarden.

In de jaren veertig brak de legendarische Telmo Zara door. Zijn record van 38 competitiegoals sneuvelde pas vorig seizoen. In de jaren zestig en zeventig was doelman Iribar de grote vedette van de ploeg. Opleidingscentrum Lezama zag in 1970 het levenslicht. Andoni Zubizarreta, Aitor Karanka en Fernando Llorente zijn slechts enkele aansprekende voorbeelden van die succesvolle jeugdopleiding.

Sinds mensenheugenis heeft Athletic sympathisanten in heel Spanje vanwege het karakter en de opvallende prestaties van Athletic, dat uit slechts drie miljoen inwoners ruim een eeuw lang een sterk elftal selecteert. Daarnaast is Athletic is een van de weinige Spaanse clubs met een positief banksaldo; niet onbelangrijk in een land met ruim zevenentwintig procent werkloosheid. Athletic neemt genoegen met een rol in de schaduw van de Grote Twee, die op geen enkele manier zijn in te halen. De laatste prijzen dateren van midden jaren tachtig.

In 1989 contracteerde aartsrivaal Real Sociedad zijn eerste niet-Baskische speler, spits John Aldridge. Daarmee kwam een einde aan de felle rivaliteit tussen beide clubs. Sociedad had zijn nationale ziel aan een onbereikbaar doel verkocht en hoorde er niet meer bij. Athletic is letterlijk de allerlaatste originele BVO die zich weet te handhaven in de top van het Spaanse en daarmee Europese clubvoetbal. Pas sinds 2008 heeft de club een shirtsponsor, Petronor, een Baskische oliemaatschappij.

Het eerste decennium van deze eeuw vocht Athletic meermaals tegen degradatie. De club schudde op zijn fundamenten, maar over één ding waren de trotse socio’s het eens: buitenstaanders waren nog steeds niet welkom. Sinds 1912 zijn Bixente Lizerazu en Aymeric Laporte uit Frans Baskenland de enige niet-Spaanse Basken die voor de club uitkwam. Hij speelde er één jaar (seizoen 1996/97) om vervolgens bij Bayern München furore te maken. Venezolaans international Fernando Amorebieta werd geboren uit twee Spaans-Baskische ouders. Alleen voor coaches geldt, sinds de oprichting van de club, een uitzondering.

Tegenwoordig zijn de regels enigszins aangepast. Na discussies waarbij de situatie binnen Ajax een theekransje is, bereikte men overeenstemming. Als één van je ouders Baskisch is en je geboren bent in Baskenland mag je de clubkleuren dragen. Dit is een direct gevolg van de aanwezigheid van een supertalent, jeugdspeler Jonás Ramalho. Hij is in Bilbao geboren en getogen uit een Angolese vader en een Baskische moeder en speelt vanaf zijn tiende in de jeugd van Athletic. De polemiek had niets met zijn huidskleur te maken, ook blanke ‘halve Basken’ waren niet welkom.

Het zijn de sporen van een oude cultuur en verbittering uit het recente verleden, waarin een dictator hun identiteit letterlijk wilde uitwissen. Met de tijd meegaan vergt nu eenmaal een mentaliteitsverandering en die gaan nimmer snel. Ook waren er voor 1990 weinig immigranten in Baskenland zodat dergelijke gevallen niet voorkwamen.
In 2009 verloor Athletic de bekerfinale van Barcelona. 25,000(!) fans onthaalden de ploeg op het vliegveld. Het was zowel clubliefde als een statement: Athletic leeft nog en is op de weg naar nieuwe prijzen. Zowel in La Liga als de Europa League presteert de ploeg dit seizoen naar behoren. Nog steeds met eigen jongens, maar wel in de context van de 21e eeuw.

¡Aupa Athletic, beti zurekin! (leve Athletic, voor altijd met jou)