Posts tonen met het label Honkbal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Honkbal. Alle posts tonen

vrijdag 31 mei 2013

The Curse of the Billy Goat


Chicago, zaterdag 6 oktober 1945. Het is de vierde wedstrijd in de World Series tussen de nu thuisspelende Chicago Cubs en de Detroit Tigers. De stand in de Series is 2-1 voor de Cubs. De Tweede Wereldoorlog is net afgelopen, maar de demilitarisatie is nog niet begonnen. Daardoor is het niveau van de Series niet al te hoog; de beste spelers liggen verspreid over de aardbol onder de wapenen.

Warren Brown is journalist en expert op het gebied van het honkbal in Chicago, behalve de Cubs komen ook de White Sox daar vandaan. Gevraagd naar zijn prognose voor de finale zegt hij: I don't think either one of them is good enough to win it.

In het uitverkochte Wrigely Field zit één man die twee toegangskaarten heeft gekocht voor US$ 7,20. Een voor zichzelf, Billy Sianis, en een voor zijn geit Murphy.

William Sianis was een Griekse immigrant die in 1912 in The Windy City belandde. In de zomer van 1934, twee maanden na de afschaffing van de Drooglegging, kocht hij voor 200 dollar, de Lincoln Tavern, een bar op West Madison Street. Volgend de legende betaalde hij met een ongedekte cheque, maar had hij binnen een week de 200 dollar terugverdiend.

In die zomer van 1934 passeerde een vrachtwagen de Lincoln Tavern. De lading was een kudde geiten. Een van de jonkies viel letterlijk van de truck, en strompelde de bar naar binnen. Voor de kenners, dit was op de oorspronkelijke locatie, vlakbij Wrigley Field. Om de huidige bar op Lower Michigan Avenue te betreden moet je een trap af.

William Sianis zag het gewonde beestje en adopteerde het direct. Hij verzorgde het diertje en noemde hem Murphy. Uit solidariteit besloot de Griek een sik te laten groeien gaf zich de bijnaam Billy Goat. Niet lang daarna onderging zijn bar dezelfde naamswijziging.

Sianis was een autodidact met een uitmuntend zakelijk instinct. Hij en Murphy doken overal en nergens op om de bar te promoten, met succes. In 1944 was de Republikeinse conventie in Chicago, een congres waar een politieke patij haar presidentskandidaat kiest. Sianis hing een bordje op zijn raam: Verboden voor Republikeinen. De volgende dag zat zijn zaak vol met licht ontvlambare politici, die eisten dat ze geholpen werden.

Stoïcijns onderging Sianis de vernederingen, terwijl hij krampachtig zijn lachen probeerde in te houden. De ongewenste Republikeinen betaalden keurig hun rekening. In 1970 vroeg hij een dranklicentie aan voor de Maan, om astronauten en ruimtegeiten van een natje en een droogje te voorzien. Tot zijn verbazing werd de vergunning geweigerd.

Terug naar 6 oktober 1945. Billy en Murphy begonnen hun dag niet op de tribune van het stadion. Het regende die dag zo hard dat de start van de wedstrijd moest worden uitgesteld. Voor het eerst in zeven jaar werden de Series op Wrigley Field gespeeld. Sianis, een hartstochtelijk Cubs fan, besloot om samen met Murphy de Cubs geluk te wensen. Handig omzeilde hij de bewaking en even later stonden beiden op het veld. Murphy had een deken om, met de tekst We have Detroit’s goat, een foutieve verwijzing naar Bill the Goat, de mascotte van het Football team van de Amerikaanse Marineacademie.

Nadat de bewakers beiden vriendelijk edoch enigszins dringen hadden verzocht het stadion te verlaten toonde Sianis zijn toegangskaarten. Met frisse tegenzin werden beiden naar hun plaatsen gebracht, maar Murphy wilde nog wat gras, en sprintte het veld weer op.

Een nieuwe discussie volgde en andermaal trok Sianis aan het langste eind; nergens stond op de toegangsbewijzen dat geiten niet welkom waren.
Een bewaker beet hem toe: als die kutgeit zijn ticket opeet, dan zijn we overal vanaf.
Sianis overwoog hem aan te klagen wegens smaad en belediging van zijn geit.



Tandenknarsend keken de bewakers naar Sianis en Murphy, totdat een man naast hen zich beklaagde over Murphy, die ondanks zijn dekentje door de regen doorweekt was, en daardoor enigszins onwelriekende luchtjes begon te verspreiden. Na een nieuwe geagiteerde woordenwisseling zagen de bewakers hun kans schoon. Sianis mocht blijven, maar Murphy moest weg.

Witheet over een nieuwe belediging aan het adres van zijn geit, sprak Sianis de volgende woorden: Them Cubs, they ain’t gonna win again.

Aangenomen werd dat hij zich over de World Series uitliet. Sianis stierf op 22 oktober 1970, Mike Royko, een beroemde columnist stelde: It was typical of Billy Goat that he would die during the only five hours of the day when his place wasn't open for business. That's how good a businessman he was."

In 1969 probeerde Sianis eigenhandig The Curse of the Billy Goat te verbreken. Na zijn dood deden familieleden van hem diverse pogingen.

De Chicago Cubs, opgericht in 1870, zijn de oudste sportclub in de Verenigde Staten. Zestien maal wonnen zij de NL, de laatste keer in 1945 en twee keer de World Series, 1907 en 1908.

Het Amerikaanse honkbal kent twee divisies: de National League (NL) en de American League (AL). Winnaars van beide leagues spelen de World Series.

Sinds 1945 wonnen de Cubs nooit meer de NL. Met een hiaat van 105 jaar in de World Series zijn zij ook de ploeg die het langste droog staat.

Toch twijfelt niemand eraan dat The Loveble Losers op een dag de The Curse of the Billy Goat zullen breken.

(Met dank aan Patrick die mij op dit fantastische verhaal attendeerde)

donderdag 16 mei 2013

De Vloeken van Ruth en Guttmann




Geen onzekerder medemens dan een topsporter. Er zijn duizenden voorbeelden van professionele
atleten  die uit bijgeloof rare dingen doen. Wielrenners die zonder hun tot op de draad versleten koersbroek niet in de buurt van hun rijwiel komen omdat ze in dat ding nog nooit zijn gevallen; turners die zweren bij hun eigen, al dan niet met cocaïne aangelengde magnesium, of voetballers die jarenlang in dezelfde onderbroek spelen.

Het is om die reden dat een Vloek diepe indruk maakt op zowel sporters als hun fans, die veelal gelijksoortige rituelen erop nahouden. Een van de meest bekende sportanekdotes is The Curse of the Bambino.

In het Amerikaanse profhonkbal is de rivaliteit tussen de Boston Red Sox en de New York Yankees vergelijkbaar met de meest felle Europese en Zuid-Amerikaanse voetbalderby’s. De bron van deze twist is de transfer van Babe Ruth, ofwel The Bambino, in 1919, van Boston naar New York.

George ‘Babe’ Ruth was een vedette van het kaliber Pélé, Eusebio en Messi. Hij werd als eerste in de Hall of Fame toegelaten. In 1914 debuteerde hij voor de Boston Red Sox, op dat moment Amerika’s meest succesvolle baseballclub.

Vijf jaar later verkaste hij om nooit opgehelderde redenen naar de New York Yankees, destijds een modale vereniging. Fans van de Sox waren woedend en verbijsterd, maar lachten de verrader ook uit; in New York zou hij nimmer iets kunnen presteren.

In de 15 seizoenen die Ruth bij de Yankees speelde wonnen zij vier keer de World Series. Ruth zelf vestigde een rits records, waarvan eentje 50 jaar (!) standhield. Nog steeds heeft hij enkele records op zijn naam staan.

De Red Sox hadden iets minder fortuin. Sinds 1918 werd er in de 20e eeuw geen World Serie meer gewonnen. Waar de Yankees wereldberoemd zijn en liefst 27 titels hebben gewonnen, moet Boston het met minder doen: 7 stuks, en een redelijk anoniem bestaan.

Liefst 86(!) jaar duurde het, eer de Red Sox eindelijk de vloek wisten te doorbreken. Dit deden zij door in 2004 eerst het divisiekampioenschap op spectaculaire wijze te winnen. In een best of 7 serie bogen zij een 3-0 achterstand om tot een 4-3 zege. De tegenstander? Inderdaad, de Yankees.

Daarna werd koel afgerekend met de St. Louis Cardinals in de World Series finale.
Dit deden ze overigens met een ploeg die aan de hand van het fameuze Moneyball systeem bij elkaar was gezocht, waardoor de herwonnen glorie een nog pikanter tintje kreeg. In 2007 wonnen ze de Series opnieuw.

Een andere, minder bekende maar even hardnekkige vloek, houdt Benfica al 51 jaar in zijn greep. De Portugese volksclub is een van die legendarische ploegen uit het Europese clubvoetbal. Veel sportromantici hebben een zwakke plek voor de Adelaars, en dan vooral vanwege De Parel van Mozambique, Eusebio, Benfica’s grootste speler ooit. Aan zijn hand won de ploeg in 1961 en 1962 de Europacup I. Die tweede zege werd in Amsterdam behaald.

Na die wedstrijd weigerde het Benfica bestuur de succesvolle trainer Béla Guttmann een salarisverhoging. De verbitterde Hongaar vertrok met de volgende woorden:

In geen honderd jaar zal Benfica ooit nog een Europacup winnen.

Het bestuur lachte de ietwat excentrieke trainer in zijn gezicht uit. Sindsdien speelden de Portugezen nog acht Europese finales; zes in de EC1 / Champions League en twee voor de UEFA Cup / Europa League.

Alle werden verloren.

Guttmann (1900-1981) was niet zo maar een trainer. Hij werd vooral geprezen om zijn vernieuwende trainingsmethoden en tactisch inzicht. Stilzitten kon hij niet en uiteindelijk wisselde hij 25 keer van werkgever en was actief in 13 landen. Ook SC Enschede, één van de voorlopers van FC Twente, werd tussen ’35 en ’37 gediend.

Zijn nomadengedrag werd toegeschreven aan de Oorlog, waarin hij bijna zijn hele familie in de gaskamers verloor, terwijl hij zelf naar Zwitserland was gevlucht. Het is de enige periode in zijn leven waarover hij altijd heeft gezwegen.
Guttmann won tien prijzen in zijn carrière, zowel in Europa als Brazilië, en stierf in Wenen op 81-jarige leeftijd.

Voorafgaand aan Benfica’s laatste EC I finale, in 1990 in Wenen tegen titelverdediger AC Milan, vond een opmerkelijke gebeurtenis plaats. Eusebio begaf zich in stilte naar Guttman’s graf. Hij knielde, en een traan gleed over zijn wang. Terwijl hij de grafsteen met één hand enigszins schoonveegde, keek hij naar het opschrift. Vervolgens boog hij zijn hoofd om zich rechtstreeks tot zijn oud-trainer te wenden.
Of hij alstublieft De Vloek wilde opheffen.

In een draak van een wedstrijd scoorde Frank Rijkaard namens Milan het enige doelpunt.

Daarna duurde het 23 jaar totdat Benfica een Europese finale speelde. Nota bene weer in Amsterdam, waar ze 51 jaar eerder hun laatste Europacuptriomf hadden gevierd. Alles en iedereen rond de club wist het zeker: De Vloek zou voorgoed in Amsterdam achterblijven.

De vergoten tranen waren breder dan die van de gemiddelde verliezer.

Tot op de dag van vandaag legt een clubvertegenwoordiger bloemen bij Guttmann’s graf, als Benfica ‘in de buurt’ van Wenen speelt.

Maar de miskende trainer laat de club waar hij tweemaal onder contract stond nog steeds niet met rust.